ECLI:NL:GHAMS:2018:1967

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 mei 2018
Publicatiedatum
18 juni 2018
Zaaknummer
23-000126-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van StrafrechtArt. 14c Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding van de Wegenverkeerswet met voorwaardelijke straf en rijontzegging

Op 2 mei 2015 heeft de verdachte in Zaandam twee overtredingen begaan van de Wegenverkeerswet 1994, namelijk overtreding van artikel 9 lid 2 en Pro artikel 8 lid Pro 1. De zaak kwam in eerste aanleg voor de rechtbank met parketnummer 96-162659-16 en het vonnis werd uitgesproken op 7 maart 2017.

In hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam (parketnummer 23-000126-18) heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en opnieuw recht gedaan. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, welke voorwaardelijk is opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast is een geldboete van €1000 opgelegd, te voldoen in tien termijnen van €100 per maand, en is de verdachte ontzegd de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden, eveneens voorwaardelijk opgelegd.

De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht om beroep in cassatie in te stellen, waarmee de uitspraak definitief is geworden. De straf en maatregelen zijn opgelegd conform de toepasselijke wettelijke voorschriften zoals opgenomen in het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, een geldboete van €1000 en een voorwaardelijke rijontzegging van 12 maanden.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-162659-16
datum vonnis : 7 maart 2017
parketnummer hoger beroep : 23-000126-18
datum arrest : 30 mei 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 30 mei 2018 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte 1]
voornamen: [verdachte 1]
geboren: op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.
gepleegd
feit 1:
op 2 mei 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad;
feit 2:
op 2 mei 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de
geldboetemag worden voldaan in
10 (tien) termijnenvan
1 maand, elke termijn groot
€ 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gewezen door mr. M. Iedema, in bijzijn van R.L. Vermeulen, griffier.
mr. M. Iedema
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.