ECLI:NL:GHAMS:2018:193

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 januari 2018
Publicatiedatum
29 januari 2018
Zaaknummer
13/669108-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis had afgewezen. De raadkamer nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte.

Uit het dossier bleek dat er voldoende ernstige bezwaren waren met betrekking tot het feit waarvoor inbewaringstelling was gevorderd, met name ook het geweldsaspect. Artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering was niet van toepassing op de situatie.

Het hof overwoog dat er aanwijzingen waren dat verdachte het vermoedelijke feit had gepleegd onder invloed van psychosociale problemen. Zolang deze problemen onbehandeld blijven, moet ernstig rekening worden gehouden met het gevaar van herhaling. Daarom werd het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen omdat het gevaar onvoldoende kon worden ingeperkt met voorwaarden.

De raadkamer wees het beroep tegen de bestreden beslissing af en wees tevens het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De beschikking werd gegeven op 24 januari 2018 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis worden afgewezen vanwege ernstig recidivegevaar.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Penitentiair Psychiatrisch Centrum Vught te Vught,
tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 27 december 2017, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte zijn gevangenhouding. In raadkamer heeft de raadsvrouw het hoger beroep beperkt tot de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte mr. J. Schouten.

De beoordeling

Uit het dossier blijken voldoende ernstige bezwaren met betrekking tot het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit, ook ten aanzien van het geweldsaspect. Mede gelet daarop doet de situatie zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering zich thans niet voor.
Ten aanzien van het recidivegevaar overweegt het hof dat er aanwijzingen zijn dat de verdachte het vermoedelijk begane feit gepleegd zou hebben onder invloed van (psycho)sociale problemen. Zolang deze problemen bestaan en onbehandeld blijven, moet ernstig rekening worden gehouden met herhalingsgevaar.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot het recidivegevaar brengt met zich dat het mondeling gedane verzoek tot schorsing dient te worden afgewezen, nu het gevaar voor herhaling onvoldoende kan worden ingeperkt middels voorwaarden.

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 24 januari 2018 in raadkamer van dit hof door
mr. I.M.H. van Asperen de Boer- Delescen , voorzitter,
mrs. M. Iedema en M Gonggrijp - van Mourik, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S. Grote Ganseij als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 24 januari 2018,
de advocaat-generaal