ECLI:NL:GHAMS:2018:1867
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens verwaarlozing woning en ontruiming
In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst centraal, waarbij de huurder werd verweten de gehuurde woning te hebben verwaarloosd. De kantonrechter had de huurovereenkomst ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming, wat het hof bekrachtigde.
De feiten waren niet in geschil: de woning verkeerde in slechte staat, met vochtschade, beschadigd behang en een openstaand raam waardoor duiven de zolderruimte hadden vervuild. De huurder had de woning extensief gebruikt en onvoldoende onderhouden, wat leidde tot wanprestatie. Het hof verwierp het verweer dat de slechte staat door leegstand kwam en dat het gebrek aan buitenonderhoud door de verhuurder het binnenonderhoud bemoeilijkte.
Ook de wijze van ontruiming werd beoordeeld. De huurder kreeg vijf dagen na betekening van het vonnis om de woning te ontruimen, wat als voldoende werd beschouwd. De verhuurder werd niet aansprakelijk gehouden voor de uitvoering van de ontruiming door de deurwaarder en de gemeente. De vorderingen van de huurder tot herstel van de woning en vergoeding werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming, wijst de vorderingen van de huurder af en veroordeelt hem in de kosten.