In hoger beroep is het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Verdachte werd beschuldigd van wederspannigheid door zich met geweld te verzetten tegen een wijkagent die hem wilde aanhouden wegens het niet tonen van legitimatie.
De verdachte weigerde zijn legitimatie te tonen en verzette zich fysiek tegen de aanhouding. Het hof oordeelde dat de politieambtenaar rechtmatig handelde, omdat er een verdenking bestond dat verdachte de identificatieplicht niet naleefde. Het verweer dat de aanhouding onrechtmatig was, werd verworpen.
Het hof achtte bewezen dat verdachte zich gewelddadig verzette tegen de ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening. De strafbaarheid van het feit en van verdachte werd bevestigd. Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden werd een geldboete van €350 opgelegd, vervangbaar door 7 dagen hechtenis.
De strafbeschikking van 15 april 2016 werd vernietigd. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 29 mei 2018.