ECLI:NL:GHAMS:2018:1623

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 januari 2018
Publicatiedatum
18 mei 2018
Zaaknummer
23-002555-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 WVW 1994Art. 22c SrArt. 22d SrArt. 176 WVW 1994Art. 179 WVW 1994
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep rijden onder invloed met ongeval en taakstraf opgelegd

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 1090 microgram per liter, ruim boven de wettelijke limiet. Hij veroorzaakte daarbij een verkeersongeval. In hoger beroep werd het vonnis van de politierechter vernietigd en werd het bewijs opnieuw beoordeeld.

Het hof stelde vast dat het testresultaat betrouwbaar was en dat de verdachte zelf toegaf aanzienlijke hoeveelheden alcohol te hebben gedronken. De verdediging voerde alleen een strafmaatverweer en betwistte het alcoholgehalte niet overtuigend. De verdachte toonde weinig inzicht in de ernst van zijn handelen.

Gezien het feit dat het gevaar voor medeweggebruikers zich had verwezenlijkt in een ongeval, paste het hof een hogere strafschaal toe dan de politierechter. Het hof legde een taakstraf van 70 uur op en een rijontzegging van 15 maanden. De opgelegde straf houdt rekening met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 70 uur taakstraf en 15 maanden rijontzegging wegens rijden onder invloed met ongeval.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002555-17
datum uitspraak: 23 januari 2018
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2017 in de strafzaak onder parketnummer 96-062780-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 januari 2018.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 3 april 2017 te Amstelveen als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 1090 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft uitsluitend een strafmaatverweer gevoerd. Voor zover de verdachte daarnaast bedoeld heeft het testresultaat te betwisten door te stellen dat het apparaat er oud uitzag en dat de verdachte vaak heeft moeten blazen, overweegt het hof het volgende.
Het hof stelt voorop dat in het proces-verbaal ter zake artikel 8 WVW Pro 1994 van 3 april 2017 is aangekruist dat het onderzoeksresultaat door verdachte niet uitdrukkelijk is betwist. In hetgeen verdachte naar voren heeft gebracht ziet het hof geen aanknopingspunten te twijfelen aan de juistheid van dit testresultaat. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat uit het dossier blijkt dat de test is uitgevoerd met een goedgekeurd apparaat. Het hof heeft dan ook geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid van het testresultaat, te meer niet nu de verdachte zelf ter zitting heeft verklaard een behoorlijke hoeveelheid alcohol (te weten een fles wijn en een biertje) te hebben geconsumeerd. Het hof verwerpt de stelling van de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 3 april 2017 te Amstelveen als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994, 1090 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft een auto bestuurd terwijl hij sterk onder de invloed verkeerde van alcohol. Daarmee heeft hij niet alleen zichzelf, maar ook zijn medeweggebruikers in gevaar gebracht. Dat gevaar heeft zich bovendien verwezenlijkt, nu de verdachte een ongeluk heeft veroorzaakt. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep blijk gegeven slechts in zeer beperkte mate inzicht te hebben in zijn alcoholgebruik en in het kwalijke en het gevaar van zijn handelen.
Het hof heeft acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Volgens deze oriëntatiepunten is bij strafverzwarende omstandigheden, zoals verkeersgevaarlijk gedrag, de naast hogere schaal van toepassing. Nu de verdachte een ongeluk heeft veroorzaakt, gaat het hof daarom uit van een hogere schaal dan kennelijk door de politierechter is gehanteerd.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
70 (zeventig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
35 (vijfendertig) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
15 (vijftien) maanden.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Senden, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 januari 2018.
=========================================================================
[…]