ECLI:NL:GHAMS:2018:1577

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 mei 2018
Publicatiedatum
14 mei 2018
Zaaknummer
200.227.548/01 NOT
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klacht tegen kandidaat-notaris wegens schending van geheimhoudingsplicht

In deze zaak gaat het om een klacht van klaagster tegen een kandidaat-notaris, die haar verwijt dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. De klacht is ingediend na een beslissing van de kamer voor het notariaat in Arnhem-Leeuwarden, die de klacht gegrond verklaarde en de kandidaat-notaris een waarschuwing oplegde. Klaagster, wiens vader is overleden, had de kandidaat-notaris verzocht om bepaalde zaken met haar moeder te bespreken zonder andere erfgenamen te informeren. De kandidaat-notaris heeft echter deze verzoeken in een brief aan de moeder doorgegeven, inclusief een kopie aan de andere erfgenamen. Klaagster stelt dat dit in strijd is met de geheimhoudingsplicht zoals vastgelegd in de Wet op het notarisambt.

Het hof heeft de zaak behandeld en vastgesteld dat de kandidaat-notaris in zijn rol als executeur-afwikkelingsbewindvoerder verplicht is om transparant te zijn naar de erfgenamen. Het hof oordeelt dat de kandidaat-notaris niet in strijd heeft gehandeld met zijn geheimhoudingsplicht, omdat de verzoeken van klaagster betrekking hadden op de afwikkeling van de nalatenschap. Het hof vernietigt de eerdere beslissing van de kamer voor zover deze betrekking heeft op de kandidaat-notaris en verklaart de klacht ongegrond. De beslissing van het hof is openbaar uitgesproken op 8 mei 2018.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.227.548/01 NOT
nummer eerste aanleg : C/05/323787 / KL RK 17/101
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 8 mei 2018
inzake
mr. [naam] ,
kandidaat-notaris te [plaats] ,
appellant,
tegen
drs. [naam] ,
wonend te [plaats] ,
geïntimeerde.

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Appellant (hierna: de kandidaat-notaris) heeft op 16 november 2017 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 18 oktober 2017 (ECLI:NL:TNORARL:2017:51) voor zover betrekking hebbende op de kandidaat-notaris. De kamer heeft in de bestreden beslissing, voor zover hier relevant, de klacht van geïntimeerde (hierna: klaagster) tegen de kandidaat-notaris gegrond verklaard en de kandidaat-notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd.
1.2.
Klaagster heeft op 19 december 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend.
1.3.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 22 februari 2018. De kandidaat-notaris, vergezeld van notaris mr. [naam] (hierna: de notaris) als gemachtigde, en klaagster, vergezeld van haar echtgenoot, zijn verschenen. De kandidaat-notaris, de notaris en klaagster hebben het woord gevoerd; de kandidaat-notaris aan de hand van aan het hof overgelegde pleitaantekeningen.

2.Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3.Feiten

3.1.
Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.
3.2.
Kort weergegeven gaat het in deze zaak om het volgende.
3.2.1.
Op 23 april 2017 is de vader van klaagster, de heer [naam] (hierna: erflater), overleden. Erflater heeft over zijn nalatenschap beschikt bij testament van 30 april 2014. De moeder van klaagster (hierna: moeder) en de drie kinderen (klaagster, haar broer en haar zuster) zijn benoemd tot erfgenamen. Allen hebben de nalatenschap aanvaard.
3.2.2.
De kandidaat-notaris heeft de rol van executeur-afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van erflater aanvaard.
3.2.3.
De kandidaat-notaris heeft de erfgenamen uitgenodigd voor een gesprek op 10 mei 2017. Om haar moverende redenen heeft klaagster niet deelgenomen aan dat gesprek.
3.2.4.
Klaagster heeft op 12 mei 2017 samen met haar echtgenoot met de kandidaat-notaris gesproken over de afwikkeling van de nalatenschap. Daarbij is de omvang van de nalatenschap aan de orde gekomen.
3.2.5.
Klaagster heeft de kandidaat-notaris op 15 mei 2017 een e-mailbericht gezonden. Dit e-mailbericht houdt in, voor zover van belang:
“(…) Ik stel het op prijs als mijn moeder de elektrische fiets (…), die ik aan mijn vader heb geschonken, aan mij teruggeeft. (…)
Tegen de achtergrond van dit alles en van de bespreking op uw kantoor, is mijn vraag aan u om dit verhaal aan haar voor te lezen en haar dringend te verzoeken om alsnog aan mij een gelijke schenking als aan de andere kinderen te doen (…).
Het heeft mijn voorkeur om bij dat voorlezen en verzoek aanwezig te zijn en zelf deel te nemen aan de bespreking van dit punt, samen met mijn moeder en mij. (…)
Ik realiseer me dat dit schrijven een doorbreken is van de code om geen dingen te bespreken met een emotionele gelaagdheid (…).”
3.2.6.
De kandidaat-notaris heeft klaagster op 16 mei 2017 een e-mailbericht gezonden. Dit e-mailbericht houdt in, voor zover van belang:
“(…) Als stelregel zou ik willen hanteren om het zakelijke van het emotionele te scheiden: zakelijke kwesties betreffen alle erfgenamen, en ik vind dat eenieder recht heeft op dezelfde informatie onder het motto “gelijke monniken gelijke kappen”. Dat lijkt mij het meest transparant en efficiënt. (…)”
3.2.7.
Klaagster heeft de kandidaat-notaris op 18 mei 2017 een e-mailbericht gezonden. Dit e-mailbericht houdt in, voor zover van belang:
“(…) Het onderscheid dat u maakt tussen “het emotionele en het zakelijke” kan ik niet meemaken en onderschrijf ik niet. (…)
Ik kan hooguit onderscheiden, niet scheiden.
Afgelopen vrijdag heb ik u gevraagd om de door u opgeschreven punten te bespreken met mijn moeder. Dat hebt u toen toegezegd. Ik ga uit van een mondelinge bespreking.
En aangezien het een niet-zakelijke bespreking zal zijn, geef ik geen toestemming om dat te doen in aanwezigheid van de algemeen gevolmachtigde, aangezien die in het testament is aangewezen voor zoals u het noemt het ‘zakelijke’. (…)
Ten tijde van het leven van mijn vader werd er nooit iets besproken met alle kinderen, altijd separaat. Dat wil ik nu ook, dus alleen met mijn moeder. (…)
Ik geef u geen toestemming om de inhoud van mijn e-mail door te sturen aan mijn moeder. In mijn verzoek vraag ik u iets anders te doen. Eventueel lees ik het zelf aan haar voor. (…)”
3.2.8.
In reactie op het bericht van klaagster heeft de kandidaat-notaris klaagster bij e-mailbericht van 18 mei 2017 meegedeeld, voor zover van belang:
“(…) Nogmaals (…) beloof ik u dat ik zo veel mogelijk rekening zal houden met uw wens om uw e-mails voor de anderen geheim te houden.
Aan het gesprek met uw moeder (…) ben ik nog niet toegekomen; (…)
Ik kan mij voorstellen dat het voor u moeilijk is om de emotionele en zakelijke aspecten van elkaar te scheiden. (…) Zakelijke aspecten betreffen in principe alle erfgenamen en kunnen derhalve met elkaar worden gedeeld. (…)”
3.2.9.
Bij brief van 9 juni 2017 aan moeder heeft de kandidaat-notaris moeder over diverse zaken geïnformeerd. Deze brief houdt in, voor zover van belang:
“(…) Los van het bovenstaande heeft uw oudste dochter (…) mij gevraagd nog het volgende aan u voor te leggen. Naar ik van haar heb begrepen heeft zij een eerder door uw echtgenoot en u aan haar gedaan schenkingsaanbod geweigerd omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat uw financiële middelen zulks niet toelieten. Naar haar pas recentelijk is gebleken, was uw beider vermogenspositie echter veel groter dan zij destijds veronderstelde, zodat de grond voor haar weigering achteraf onterecht was. Zij zou het daarom op prijs stellen indien u haar alsnog eenzelfde bedrag zoudt willen schenken als door uw echtgenoot en u gedaan aan ieder van uw beide andere kinderen. Indien u daarmee kunt instemmen, zou het bedrag van deze schenking uit de hier op kantoor aanwezige nalatenschapsgelden kunnen worden betaald en aan haar kunnen worden overgemaakt, mits u mij daarvoor uiteraard toestemming geeft.
(…) verzoekt zij u via mij om teruggave van de aan uw echtgenoot geschonken fiets. Gaarne verneem ik van u of u aan dit verzoek gehoor wilt geven. Zo ja, dan ben ik gaarne bereid die fiets bij u thuis op te halen en zolang hier op kantoor te stallen totdat zij deze ophaalt. (…)
Omwille van de transparantie naar uw kinderen toe, zal ik deze brief ook aan hen per e-mail toesturen.”
3.2.10.
Bij e-mailbericht van 14 juni 2017 heeft klaagster bij de notaris een klacht ingediend over het handelen van de kandidaat-notaris. Met ingang van 29 juni 2017 heeft de notaris de taken van de kandidaat-notaris in de nalatenschap overgenomen.

4.Standpunt van klaagster

Klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat hij zijn geheimhoudingsplicht (artikel 22 Wet op het notarisambt) heeft geschonden.
Klaagster legt aan dit verwijt het volgende ten grondslag. De kandidaat-notaris heeft de per e-mailbericht van 15 mei 2017 van klaagster verkregen verzoeken (met betrekking tot - kort gezegd - de schenking en de fiets) per brief van 9 juni 2017 aan moeder doorgegeven, waarbij hij tevens een kopie van deze brief aan de broer en zuster van klaagster heeft gezonden. Daardoor heeft de kandidaat-notaris verzoeken van klaagster om deze aangelegenheden persoonlijk met moeder te bespreken en om de andere erfgenamen hierover niet te informeren, genegeerd. Bovendien bevat de brief niet alleen de genoemde zaken, maar worden ook al, nog voordat er iets is besproken, mogelijke oplossingen aangedragen.

5.Standpunt van de kandidaat-notaris

De kandidaat-notaris heeft verweer gevoerd. De kandidaat-notaris betwist dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Volgens de kandidaat-notaris bevatte het verzoek van klaagster om enkele zaken met moeder te bespreken onderdelen die de afwikkeling van de nalatenschap betroffen. Om die reden zijn die onderdelen in de brief van 9 juni 2017 aan moeder genoemd en in het kader van een transparante afwikkeling is de brief direct in kopie naar de andere erfgenamen gezonden.
De kandidaat-notaris betreurt dat hij klaagster kennelijk vooraf onvoldoende duidelijk heeft gemaakt welke verzoeken hij wel zou moeten delen met de andere erfgenamen.

6.Beoordeling

Omvang van het hoger beroep
6.1.
De inleidende klacht van klaagster, zoals ingediend bij de kamer, zag op handelen van de kandidaat-notaris en de notaris. Klaagster en de notaris hebben tegen de beslissing van de kamer geen beroep ingesteld. Uitsluitend de kandidaat-notaris heeft hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep is daarom beperkt tot wat klaagster de kandidaat-notaris verwijt.
Schending geheimhoudingsplicht
6.2.
Het hof overweegt als volgt. De kandidaat-notaris was executeur-afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van erflater. In die hoedanigheid is hij verplicht om rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen. Op hem rust de verantwoordelijkheid om de nalatenschap zo goed mogelijk af te wikkelen. Door de verzoeken van klaagster, voor zover die de afwikkeling van de nalatenschap betreffen, per brief aan moeder door te geven met een kopie aan de overige erfgenamen, heeft de kandidaat-notaris niet in strijd met zijn geheimhoudingsplicht gehandeld. Het was de kandidaat-notaris niet toegestaan om voorstellen die de afwikkeling van de boedel raken buiten het zicht van de rechthebbenden te houden. De klacht is, anders dan de kamer heeft geoordeeld, ongegrond.
Het feit dat de kandidaat-notaris op voorhand mogelijke oplossingen heeft aangedragen voor het geval dat moeder met de verzoeken zou instemmen, hetgeen klaagster hem tevens verwijt, wijst er naar het oordeel van het hof op dat de kandidaat-notaris bij de uitoefening van de hem opgedragen taken zorgvuldig te werk is gegaan.
6.3.
Het voorgaande leidt ertoe dat de beslissing van de kamer niet in stand kan blijven voor zover die betrekking heeft op de kandidaat-notaris. Het hof zal de beslissing van de kamer in zoverre vernietigen en met betrekking tot de klacht tegen de kandidaat-notaris een nieuwe beslissing geven.
6.4.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.
6.5.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7.Beslissing

Het hof:
- vernietigt de bestreden beslissing, voor zover die betrekking heeft op de kandidaat-notaris;
en in zoverre opnieuw beslissende:
- verklaart de tegen de kandidaat-notaris ingediende klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, H.T. van der Meer en J.L.G.M. Mertens en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2018 door de rolraadsheer.