Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Stukken van het geding
3.Feiten
4.Standpunt van klager
5.Standpunt van de notarissen
6.Beoordeling
7.Beslissing
J.L.G.M. Mertens en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2018 door de rolraadsheer.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende een klacht in tegen twee notarissen wegens vermeende onzorgvuldigheden bij de voorbereiding van een fusie en statutenwijziging van OWM1. De klacht betrof drie punten: onvoldoende voorbereiding van het bestuur, een niet-voltallig bestuur dat mogelijk rechtsgeldige besluiten beïnvloedde, en het nalaten van het aanvragen van vereiste vergunningen.
De notarissen voerden verweer en stelden dat de ledenvergadering voorafgaand aan de deponering van de ontwerpakte was besproken en dat het bestuur bevoegd was ondanks het niet-voltallig zijn, mede vanwege praktische overwegingen en bevestiging door het Notarieel Bureau. Ook was gebleken dat OWM1 en OWM2 niet meer onder toezicht stonden van DNB en AFM, zodat vergunningaanvragen niet vereist waren.
Het hof oordeelde dat klager onvoldoende feiten had aangevoerd om onzorgvuldig handelen aan te tonen. De kamer had twee klachtonderdelen onbesproken gelaten, wat het hof herstelde door de gehele beslissing te vernietigen en de klacht in alle onderdelen ongegrond te verklaren.
Uitkomst: De klacht tegen de notarissen is in alle onderdelen ongegrond verklaard.