ECLI:NL:GHAMS:2018:1459
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige hechtenis ondanks formele gebreken in bevel gevangenneming
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een verdachte tegen het bevel tot voorlopige hechtenis van de rechtbank Amsterdam. Hoewel het bevel tot gevangenneming niet was ondertekend door de rechter en de gronden van de voorlopige hechtenis ontbraken, oordeelde het hof dat dit geen nietigheid opleverde en dat de belangen van de verdachte voldoende waren gewaarborgd. De beslissing tot voorlopige hechtenis was immers ter terechtzitting genomen en correct vastgelegd in het mondeling vonnis.
Het hof constateerde dat de gronden wel waren aangekruist op het vertaalde bevel, en dat de verdachte niet in enig belang was geschaad door de formele tekortkomingen. Het hof achtte bovendien het vluchtgevaar aanwezig, omdat de verdachte zich ook elders in Europa had opgehouden en het onduidelijk was of hij in Roemenië verbleef en voor justitie bereikbaar was.
Het verzoek van de verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat het belang van maatschappelijke veiligheid zwaarder woog dan het belang van de verdachte bij invrijheidstelling. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de rechtbank en wees het hoger beroep en het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Het hof bevestigt het bevel tot voorlopige hechtenis en wijst het verzoek tot schorsing af ondanks formele gebreken in het bevel tot gevangenneming.