Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
“De belastbaarheid ten aanzien van werktijden is niet veranderd. Thans is werknemer in de praktijk nog steeds 2 uur per dag belastbaar in aangepast werk.” De arbeidsdeskundige concludeerde voorts dat structurele aanpassingen noodzakelijk waren voor [appellante] om in het eigen werk binnen haar mogelijkheden te kunnen gaan en blijven functioneren. De deskundige noemde in dit verband onder meer het zoveel mogelijk beperken van wisselende omstandigheden en het verplaatsen van hulpmiddelen, een stemversterker en een adequate stoel of kruk.
We ( [appellante] , leidinggevende en directeur van de Stichting Haarlem-Schoten) gaan zorgen voor een vast aangepast lokaal, waar je vanaf de start van het schooljaar 2015/2016 tot eind van het schooljaar 2015-2016 in kan werken in de groep 6,7 of 8. In december 2015 bespreken we ( [appellante] , leidinggevende en directeur van stichting Haarlem-Schoten) de afspraak voor het schooljaar 2016-2017.”
Er is echter een arbeidsconflict ontstaan en dit dient eerst opgelost te worden om te komen tot goede afspraken omtrent de re-integratie. Ik adviseer hiervoor een mediationtraject te starten.“
In de gesprekken die we afgelopen maanden hebben gevoerd, heb ik al duidelijk gemaakt dat aan alle voorwaarden m.b.t de re-integratie is voldaan. In de verslagen van deze gesprekken kun je lezen dat er niets is, dat de start van de re-integratie op dit moment in de weg staat. Daarom hierbij de oproep om op vrijdag 10 april om 10.00 uur aanwezig te zijn op de [school] , locatie [locatie] om te starten met re-integratiewerkzaamheden. Tijdens je re-integratiemomenten op de dinsdagen en vrijdagen kan er dan tevens afstemming plaatsvinden over een mediationtraject. Indien je geen gehoor geeft aan de oproep om op 10 april a.s. je re-integratiewerkzaamheden te verrichten, dan verneem ik graag schriftelijk een inhoudelijke motivatie waarom je jezelf niet in staat acht te werken.”
De mediation heeft niet tot een oplossing van de arbeidsproblematiek geleid en besloten is een spoor 2 re-integratietraject in te zetten.”
De werkgever heeft werknemer een aanbod gedaan voor het schooljaar 2015-2016 voor werkzaamheden in 1 groep op 1 locatie. (...) Gezien de belastbaarheid die is vastgesteld door de bedrijfsarts zijn de aangeboden werkzaamheden passend. De werkgever heeft m.i. terecht een dwingende oproep gedaan aan werknemer om te starten met de re-integratie. De inzet van mediation in de vastgelopen situatie is adequaat. (…).
3.Beoordeling
de werkgever heeft m.i. terecht een dwingende oproep gedaan aan werknemer om te starten met re-integratie. De inzet van mediation in een vastgelopen situatie is adequaat.” KBO heeft voor re-integratie tweede spoor een extern bureau ingeschakeld en ook is na advies van Heliomare psychologische ondersteuning voor [appellante] ingekocht. Nadat uit advies van Heliomare en Enroute bleek dat een traject tweede spoor niet kon worden opgestart, heeft KBO [appellante] nogmaals de kans gegeven te re-integreren in het eerste spoor conform het plan dat door de jobcoach was opgesteld. Nadat de bedrijfsarts op 24 december 2015 had vastgesteld dat sprake was van arbeidsproblematiek die de re-integratie belemmerde en een negatieve invloed had op het medisch beeld van [appellante] , heeft KBO begin 2016 nogmaals mediation geïnitieerd. Hoewel [appellante] KBO in verband met het tweede mediationtraject een hoop verwijten maakt, is niet komen vast te staan dat dit traject is vastgelopen door toedoen van KBO.
Zoals je weet kreeg werkgever in maart een loonsanctie opgelegd voor te weinig re-integratie inzet. En tot vandaag is medewerker moeilijk te activeren waardoor re-integratie stokt. Momenteel loopt er een multidisciplinair traject en werd, omdat 2e spoor traject bij Heliomare door werkneemster werd beëindigd door werkgever bureau en-route ingezet. Ik ga werkgever helpen met een verzoek tot bekorting.”[appellante] heeft gesteld dat door de houding van KBO de spanningen in de relatie tussen [appellante] en KBO opliepen. Door die oplopende spanningen ondervond [appellante] stressoren als gevolg waarvan zij tussentijds meerdere malen een terugval heeft gehad en opgenomen moest worden in het ziekenhuis en uiteindelijk bij herkeuring in het kader van het bezwaar tegen de WIA-beslissing 100 procent arbeidsongeschikt werd bevonden. Dat er causaal verband bestaat tussen het handelen van KBO en de verslechterde situatie van [appellante] heeft [appellante] tegenover de uitdrukkelijke betwisting daarvan door KBO niet aannemelijk gemaakt. Niet gebleken is derhalve dat sprake is geweest van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van KBO. Dit maakt dat [appellante] geen recht heeft op een billijke vergoeding.