Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure is appellant [[eiser]] in hoger beroep gekomen tegen meerdere vonnissen van de rechtbank Noord-Holland. De zaak betreft een geschil tussen [[eiser]] en [[gedaagde]] over betalingsverplichtingen en proceskosten.
[[eiser]] verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 27 september 2017, waarin zij veroordeeld werd tot betaling van bepaalde bedragen aan [[gedaagde]]. [[gedaagde]] stelde dat zij na een betalingsverzoek van [[eiser]] had toegezegd het vonnis gedurende de appelprocedure niet uit te voeren en dat zij daarom geen betaling meer had geëist.
Het hof concludeerde dat deze toezegging betekent dat [[eiser]] geen belang meer heeft bij de schorsingsvordering en wees deze daarom af. De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor het indienen van een memorie van antwoord door [[gedaagde]], met verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen vanwege een toezegging van de tegenpartij.