ECLI:NL:GHAMS:2018:1253

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 april 2018
Publicatiedatum
16 april 2018
Zaaknummer
200.210.631/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanvulling arrest over veroordeling in proceskosten uitvoerbaar bij voorraad

In deze zaak tussen B.R. Investments B.V. (BRI) en Middenmeer B.V. heeft het Gerechtshof Amsterdam op 20 februari 2018 een arrest gewezen. BRI stelde dat het hof had verzuimd Middenmeer te veroordelen in de proceskosten van beide instanties uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Middenmeer verzette zich tegen dit verzoek en stelde tevens dat het arrest een kennelijke fout of omissie bevatte.

Het hof oordeelde dat BRI terecht had gewezen op het verzuim en besloot het arrest aan te vullen door de veroordeling van Middenmeer in de kosten van het geding uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, conform artikel 32 Rv Pro. Het hof wees het verzoek van Middenmeer tot herstel van een vermeende kennelijke fout af, omdat het hof Middenmeer reeds in de proceskosten had veroordeeld en het meer of anders gevorderde was afgewezen.

De beslissing van het hof houdt in dat de veroordeling van Middenmeer in de proceskosten van beide instanties nu expliciet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en het arrest van 20 februari 2018 op dit punt is verbeterd en aangevuld.

Uitkomst: Het hof verklaart de veroordeling van Middenmeer in proceskosten uitvoerbaar bij voorraad en wijst het verzoek tot herstel van kennelijke fout af.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.210.631/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/621739 / KG ZA 17-20
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 april 2018
inzake
B.R. INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Oosteind, gemeente Oosterhout,
appellante,
advocaten: mr. P.A. Josephus Jitta en mr. H. Ruiter te Amsterdam,
tegen
MIDDENMEER B.V.,
gevestigd te Beverwijk,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.A.M. Schram te Haarlem.

1.Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna BRI en Middenmeer genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 20 februari 2018 een arrest uitgesproken. Bij faxbericht/brief van 27 februari 2018 heeft mr. Josephus Jitta zich namens partij BRI op het standpunt gesteld dat het hof heeft verzuimd de veroordeling van Middenmeer in de kosten van het geding in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Bij e‑mailbericht van 8 maart 2018 heeft mr. Schram zich namens partij Middenmeer verzet tegen toewijzing van dit verzoek.
Mr. Schram heeft zich in dit e-mailbericht van 8 maart 2018 namens partij Middenmeer op het standpunt gesteld dat het arrest een (andere) kennelijke fout/omissie bevat en herstel daarvan verzocht. Bij e‑mailbericht van 14 maart 2018 heeft mr. Ruiter zich namens partij BRI vervolgens verzet tegen toewijzing van dit verzoek.

2.Beoordeling

BRI heeft er terecht op gewezen dat het hof heeft verzuimd de veroordeling van Middenmeer in de kosten van het geding in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het hof zal tot de door BRI verzochte aanvulling overgaan en het door BRI gevorderde op de voet van artikel 32 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) alsnog toewijzen.
Middenmeer stelt zich op het standpunt dat het hof heeft nagelaten BRI te veroordelen in de proceskosten terzake de door BRI ingestelde reconventionele vordering.
Het hof heeft echter
de vorderingenvan Middenmeer afgewezen en Middenmeer veroordeeld in
de kosten van het geding in beide instanties. Het meer of anders gevorderde heeft het hof uitdrukkelijk afgewezen. Van een kennelijke fout/omissie is derhalve geen sprake. Het verzoek van Middenmeer zal worden afgewezen.

3.Beslissing

Het hof:
verklaart de veroordeling van Middenmeer in de kosten van het geding in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad;
vult het op 20 februari 2018 in deze zaak uitgesproken arrest in deze zin aan;
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. Oranje, E.M. Polak en P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 10 april 2018.