ECLI:NL:GHAMS:2018:1252
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Consument niet gehouden tot betaling facturen drinkwater bij ontbreken overeenkomst
Waternet vorderde betaling van facturen voor drinkwaterlevering aan een adres waar de geïntimeerde woonde, maar met wie geen overeenkomst tot waterlevering was gesloten. De voormalige partner van de geïntimeerde was wel klant bij Waternet en betaalde tot circa 2009/2010 de facturen. Waternet bleef water leveren en stuurde facturen aan de geïntimeerde, die deze niet betaalde.
De kantonrechter oordeelde dat geen overeenkomst tot stand was gekomen tussen Waternet en de geïntimeerde en dat de levering ongevraagd was, waardoor op grond van artikel 7:7 lid 2 BW Pro geen betalingsverplichting ontstond. Waternet mocht wel de levering onderbreken.
Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp het standpunt van Waternet dat er een overeenkomst bestond met de geïntimeerde. Ook de subsidiaire grondslag van ongerechtvaardigde verrijking werd afgewezen, omdat de levering ongevraagd was. Waternet kon niet volstaan met het voortzetten van incassopogingen jegens de voormalige partner en mocht niet zomaar de geïntimeerde als contractant beschouwen.
Waternet's beroep op de monopoliepositie en maatschappelijke belangen werd door het hof verworpen. Het aantal vergelijkbare gevallen is beperkt en rechtvaardigt geen afwijkende uitleg van de wet. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering van Waternet af, met veroordeling van Waternet in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van Waternet tot betaling van drinkwaterfacturen wordt afgewezen wegens ontbreken van een overeenkomst en toepassing van ongevraagde levering.