ECLI:NL:GHAMS:2018:1147

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 april 2018
Publicatiedatum
10 april 2018
Zaaknummer
200.200.870/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging enquête en onmiddellijke voorzieningen bij besloten vennootschap

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een zaak over een enquêteonderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Kinderdagverblijf Het Zaans Stationnetje B.V. vanaf 7 oktober 2013. Op 13 december 2016 werd een onderzoek bevolen en werden onmiddellijke voorzieningen getroffen, waaronder het schorsen van bestuurders en het benoemen van een beheerder. Het onderzoek werd uitgevoerd door mr. M.L. Bremer en de aandelen werden beheerd door mr. drs. T.S. Jansen.

Na diverse beschikkingen en een verhoging van het maximale onderzoekbudget, overleed de tijdelijk benoemde bestuurder Rutgers van Rozenburg op 3 maart 2018. Partijen kregen vervolgens de gelegenheid zich uit te laten over de voortzetting van de voorzieningen. Op 7 maart 2018 berichtten partijen dat zij een minnelijke regeling hadden getroffen en verzochten zij om beëindiging van het onderzoek en de voorzieningen.

De secretaris van de Ondernemingskamer vernam dat de onderzoeker en beheerder geen bezwaar hadden tegen beëindiging. De Ondernemingskamer besloot daarop het onderzoek en de voorzieningen per direct te beëindigen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak werd gedaan op 8 maart 2018 door vijf raadsheren in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen bij Kinderdagverblijf Het Zaans Stationnetje B.V. worden per direct beëindigd na minnelijke regeling.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.200.870/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 8 maart 2018
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. E. Cekic, kantoorhoudende te Zaandam, gemeente Zaanstad,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KINDERDAGVERBLIJF HET ZAANS STATIONNETJE B.V.,
gevestigd te Zaanstad,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. M. van Schoonhovenen
mr. L. Sluiter, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zal verzoekster worden aangeduid met [A] en verweerster met Zaans Stationnetje.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen in deze zaak van 13 december 2016, 16 december 2016 en 2 mei 2017.
1.3
Bij de beschikking van 13 december 2016 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Zaans Stationnetje over de periode vanaf 7 oktober 2013, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 20.000 (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen). Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding, [A] , [B] en [C] geschorst als bestuurder van Zaans Stationnetje en in hun plaats jhr. drs. L.M. Rutgers van Rozenburg (verder: Rutgers van Rozenburg) benoemd en de aandelen in Zaans Stationnetje – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken beheerder.
1.4
Bij de beschikking van 16 december 2016 heeft de Ondernemingskamer mr. M.L. Bremer als onderzoeker (verder: de onderzoeker) en mr. drs. T.S. Jansen (verder: Jansen) als beheerder van aandelen als bedoeld in de beschikking van 13 december 2016 aangewezen.
1.5
Na verzoek van de onderzoeker om het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten te verhogen, heeft de Ondernemingskamer bij beschikking van 2 mei 2017 bepaald dat het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten wordt vastgesteld op € 37.500, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.6
Op 3 maart 2018 is Rutgers van Rozenburg overleden.
1.7
Op 5 maart 2018 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de onmiddellijke voorziening (te weten de schorsing van [A] , [B] en [C] als bestuurder van Zaans Stationnetje en de benoeming van de door de Ondernemingskamer aan te wijzen bestuurder van Zaans Stationnetje) en of de Ondernemingskamer nog een opvolgend tijdelijk bestuurder moet aanwijzen.
1.8
Op 7 maart 2018 hebben mr. Cekic namens [A] en mr. Van Schoonhoven namens Zaans Stationnetje de Ondernemingskamer bericht dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en heeft mr. Cekic de Ondernemingskamer verzocht het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen.
1.9
Op 8 maart 2017 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer telefonisch contact gehad met Jansen en de onderzoeker. Zij hebben aan de secretaris medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen beëindiging van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen.

2.De gronden van de beslissing

Nu partijen een minnelijke regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen beëindiging van het onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorzieningen zal de Ondernemingskamer het bij beschikking van 13 december 2016 bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 13 december 2016 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Kinderdagverblijf Het Zaans Stationnetje B.V.,
beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 13 december 2016 getroffen onmiddellijke voorzieningen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.R. Baart en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 8 maart 2018.