Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.THE BLUE SHEEP B&B V.O.F.,
[vennoot 1]en
[vennoot 2],
Gerechtshof Amsterdam
The Blue Sheep B&B huurde sinds 2010 twee gemeubileerde appartementen van [geïntimeerde] met een shortstayvergunning. The Blue Sheep verhuurde deze appartementen door als bed & breakfast. Na opzegging van de huurovereenkomst door [geïntimeerde] ontstond een geschil over de kwalificatie van de huurovereenkomst: of deze viel onder woonruimte, bedrijfsruimte of artikel 7:230a BW.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst niet onder woonruimte valt, omdat The Blue Sheep de appartementen niet zelf bewoonde en dat het ook geen bedrijfsruimte betrof zoals bedoeld in artikel 7:290 BW Pro, mede omdat essentiële hotelvoorzieningen ontbraken. In een aparte procedure was reeds geoordeeld dat artikel 7:230a BW van toepassing is.
In hoger beroep betwistte The Blue Sheep dit oordeel en stelde dat de essentiële hotelvoorzieningen wel aanwezig waren. Het hof oordeelde echter dat het gezag van gewijsde toekomt aan de eerdere beslissing van de kantonrechter in de verzoekschriftprocedure, waarin het toepasselijke artikel 7:230a BW werd vastgesteld. Hierdoor werd het hoger beroep afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
The Blue Sheep werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 3 april 2018 door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van The Blue Sheep af.