Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[X],
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep waarin de zoon ([appellant]) werd aangesproken door de bewindvoerder van zijn moeder ([X]) wegens onrechtmatige geldopnames en overboekingen van haar bankrekening. De moeder was door een herseninfarct niet meer in staat haar financiële belangen te behartigen, waarna een bewindvoerder werd benoemd.
De zoon had zonder machtiging bedragen opgenomen en overgemaakt van de gezamenlijke betaalrekening van zijn moeder en overleden vader. De rechtbank had hem veroordeeld tot betaling van ruim €297.000, maar het hof stelde vast dat slechts €130.830 onrechtmatig was onttrokken. De zoon had de pinpas en pincode van zijn moeder gebruikt en beheerde haar financiën, hetgeen hij onvoldoende had betwist.
De overmakingen naar zakelijke rekeningen en belastingdienst werden niet als onrechtmatig aangemerkt vanwege onvoldoende bewijs. De contante opnames bij het bankkantoor vóór het herseninfarct werden eveneens niet aan de zoon toegerekend. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het bedrag hoger was dan €130.830 en bekrachtigde het verder. De zoon is gehouden tot vergoeding van dit bedrag met wettelijke rente.
Uitkomst: De zoon is veroordeeld tot vergoeding van €130.830 wegens onrechtmatige geldopnames en overboekingen van de bankrekening van zijn moeder zonder haar toestemming.