Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PARTICIPATIE MAATSCHAPPIJ CHRANITA B.V.,
,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
,
1.maatschap [X] NOTARISSEN,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEDEN VERSCHEEN B.V.,
3. [geïntimeerde 3] ,
,
4. [geïntimeerde 4] ,
,
5.de publiekrechtelijke rechtspersoon
.
1.Verder verloop van het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling
Ergens rond oktober 2010 heeft [persoon 2] mij voor het eerst over het project verteld en nadat zijn zoon een keer was meegekomen kwam in november 2010 de vraag of ik het project mede zou willen financieren. Wij hebben toen vijf tot tien keer met zijn drieën over het project tamelijk uitvoerig gesproken. Verder heb ik ook nog met [persoon 2] getelefoneerd en e-mails uitgewisseld. In dat kader heb ik informatie opgevraagd. Ik herinner mij in ieder geval dat ik het taxatierapport en het contract met de exploitant heb opgevraagd en ook het businessplan. Ik ben het hotel ook gaan bekijken. Verder heb ik op enig moment een uittreksel uit de Basisregistratie gezien ten aanzien van de eerder verstrekte hypotheken. (…)
Ik ken [persoon 1] zakelijk. Ik had in 2010 in totaal voor ongeveer
Uiteraard hadden appellanten vastgesteld, alvorens zij de gelden ter beschikking stelden, dat de hypothecaire leningen van [persoon 4] c.s. waren verlengd en wel middels een verlengingsakte.” Die akte hebben zij overgelegd en daarin wordt de verhoging van de lening met € 1 miljoen tot € 4 miljoen, met de afspraak dat deze verhoging zal vallen onder de bestaande hypothecaire zekerheid, expliciet genoemd.