ECLI:NL:GHAMS:2018:1011
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- R.D. van Heffen
- J.H.C. van Ginhoven
- P.F.E. Geerlings
- Rechtspraak.nl
Beschikking over vergoeding kosten rechtsbijstand bij klaagschriftprocedure en verzoek ex art. 591a Sv
Het gerechtshof Amsterdam behandelde een verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten gemaakt voor rechtsbijstand in verband met een klaagschriftprocedure en een aanvullend verzoek. De verzoeker had eerder een klaagschrift ingediend dat gegrond werd verklaard, waarna horloges aan hem werden teruggegeven. Desondanks moest verzoeker aanvullende kosten maken omdat het Openbaar Ministerie de horloges mogelijk aan een ander wilde teruggeven.
Het hof oordeelde dat alleen kosten die direct verband houden met de klaagschriftprocedure in aanmerking komen voor vergoeding. Kosten die voortvloeien uit het aanvullende verzoek werden afgewezen omdat deze niet onder de reikwijdte van artikel 591a Sv vallen. Voor de oorspronkelijke kostenvergoedingen werd aansluiting gezocht bij de advocaatdeclaratie, maar het hof matigde deze vanwege bovenmatigheid. De declaraties betroffen 420 minuten, maar het hof vond dit niet in verhouding tot de aard en complexiteit van de procedure en matigde tot 210 minuten.
De vergoeding werd vastgesteld op € 1.312,30, bestaande uit een vergoeding voor rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure en het verzoekschrift. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het hof en de tenuitvoerlegging werd bevolen.
Uitkomst: Het hof kent een gematigde vergoeding van € 1.312,30 toe voor kosten rechtsbijstand in de klaagschrift- en verzoekschriftprocedure.