ECLI:NL:GHAMS:2017:976

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 maart 2017
Publicatiedatum
24 maart 2017
Zaaknummer
200.172.843/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep renteswap en beroep op dwaling in adviesrelatie met bank

In deze civiele zaak in hoger beroep staat de beoordeling van een renteswapovereenkomst centraal, waarbij appellanten Edrie Rekreatie B.V. en A.P.R. Management en Beleggingen B.V. een beroep doen op dwaling. Het hof bevestigt in een tussenarrest dat de rechtsverhouding tussen partijen moet worden gekwalificeerd als een adviesrelatie, waarbij het aanbieden van de renteswap als het verlenen van een beleggingsdienst moet worden beoordeeld.

Na het tussenarrest van 4 oktober 2016 hebben partijen de mogelijkheid gekregen zich nader uit te laten over deze kwalificatie en om te proberen tot een minnelijke regeling te komen op basis van het Uniform herstelkader rentederivaten MKB. Edrie c.s. stelt dat ABN Amro niet heeft gereageerd op hun poging tot schikking, terwijl ABN Amro aangeeft wel tot een regeling bereid te zijn, maar eerst goedkeuring van de AFM en een externe accountant nodig te hebben.

Het hof gaat ervan uit dat ABN Amro een voorstel tot compensatie zal doen en besluit de zaak aan te houden in afwachting daarvan. Partijen kunnen weer arrest vragen indien zij het voorstel niet wensen af te wachten of geen vergelijk bereiken. De zaak wordt telkens voor een half jaar aangehouden totdat verdere beslissingen worden genomen.

Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 21 maart 2017 en betreft een vervolg op eerdere procedures, waarbij de nadruk ligt op de adviesrelatie en de toepassing van het herstelkader voor rentederivaten in het MKB.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden in afwachting van een voorstel tot compensatie op basis van het Uniform herstelkader rentederivaten MKB.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.172.843/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/546809 / HA ZA 13-805
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 maart 2017
inzake

1.EDRIE REKREATIE B.V.,

2.
A.P.R. MANAGEMENT EN BELEGGINGEN B.V.
beide gevestigd te Eersel,
appellanten,
advocaat: mr. J. Hagers te Amsterdam,
tegen:
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. F.R.H. van der Leeuw te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Edrie, APR (samen: Edrie c.s.) en ABN Amro genoemd.
In deze zaak is op 4 oktober 2016 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot aan die datum wordt verwezen naar dat tussenarrest.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- akte na tussenarrest van Edrie c.s.;
- antwoordakte na tussenarrest van ABN Amro.
Ten slotte is wederom arrest gevraagd.

2.De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1.
In het tussenarrest is overwogen dat het hof op grond van de wederzijds gestelde feiten en omstandigheden voorshands van oordeel is dat de rechtsverhouding tussen partijen als een adviesrelatie moet worden gekwalificeerd en dat het aanbieden van de renteswap - het verlenen van een beleggingsdienst - binnen die rechtsverhouding moet worden beoordeeld. Het hof heeft aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich hierover nader uit te laten. Verder zijn partijen in de gelegenheid gesteld te beproeven of zij op basis van het ‘Uniform herstelkader rentederivaten MKB’ tot een minnelijke regeling kunnen komen.
2.2.
In de akte na tussenarrest stellen Edrie c.s. dat hun advocaat de advocaat van ABN Amro heeft benaderd om een minnelijke regeling te beproeven, maar dat ABN Amro vervolgens in het geheel niet heeft gereageerd. Edrie c.s. leiden daaruit af dat ABN Amro kennelijk niet tot een schikking bereid is.
2.3.
In haar antwoordakte stelt ABN Amro dat zij wel tot een schikking bereid is en Edrie c.s. een voorstel uit hoofde van het herstelkader zal doen, maar dat dat nog niet kan en ook niet eerder kon. De AFM wil eerst een plan van aanpak voor de uitvoering van het herstelkader van de banken ontvangen en goedkeuren. Verder dienen de berekeningen door een externe accountant te worden goedgekeurd, voordat ABN Amro voorstellen aan haar klanten kan toesturen.
2.4.
Op grond van het voorgaande gaat het hof ervan uit dat ABN Amro aan Edrie c.s. een voorstel tot compensatie zal doen. Daarin ziet het hof aanleiding de zaak in afwachting daarvan aan te houden. Edrie c.s. kunnen weer arrest vragen als zij het voorstel van de kant van ABN Amro niet langer wensen af te wachten of als zij op basis van dat voorstel niet tot een vergelijk met ABN Amro zijn gekomen. Nadat de hierna te noemen roldatum is verstreken, zal de zaak telkenmale voor de duur van een half jaar worden aangehouden.
2.5.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.Beslissing

Het hof:
verwijst de zaak de rol van 24 oktober 2017 voor uitlating voortzetting aan de zijde van Edrie c.s. tot het hiervoor in r.o. 2.4 genoemde doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, M.P. van Achterberg en S.B. van Baalen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2017.