ECLI:NL:GHAMS:2017:955
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- M.J. Leijdekker
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens duurzaam onvermogen verzorging en opvoeding
In deze zaak stond de vraag centraal of het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind kon worden beëindigd. De moeder was duurzaam niet in staat de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen, zoals eerder vastgesteld door het hof in een tussenbeschikking. Destijds bestonden nog zorgen over het perspectief van het kind, omdat onduidelijk was of zij tot haar meerderjarigheid in het gezinshuis kon blijven.
Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling bleek dat het kind sinds oktober 2015 in een gezinshuis verbleef, waar het goed ging met haar ontwikkeling, schoolprestaties en sociale activiteiten. Het gezinshuis bood een stabiele en passende omgeving, en het kind zou binnenkort therapie starten voor hechtingsproblematiek. Er waren omgangsregelingen met beide ouders.
De moeder betoogde dat de opvoedsituatie nog niet stabiel was en uitte zorgen over het toekomstperspectief zonder ouderlijk gezag. De raad voor de kinderbescherming stelde dat het perspectief van het kind niet meer bij de moeder lag en dat beëindiging van het gezag noodzakelijke duidelijkheid zou bieden.
Het hof overwoog dat de eerdere zorgen en onduidelijkheden inmiddels voldoende waren weggenomen door de stabiliteit en continuïteit in het gezinshuis. Het belang van rust en duidelijkheid voor het kind woog zwaar. Daarom werd het gezag van de moeder beëindigd en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over het kind vanwege duurzaam onvermogen tot verzorging en opvoeding.