ECLI:NL:GHAMS:2017:885
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- M. Iedema
- J.H.C. van Ginhoven
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hof tot behandeling verzoek vergoeding proceskosten na sepot
De zaak betreft een verzoekschrift tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in hoger beroep en de kosten voor het opstellen en toelichten van het verzoekschrift. De zaak was geseponeerd door de officier van justitie wegens onvoldoende nationaal belang, waardoor geen straf of maatregel werd opgelegd.
Het verzoekschrift werd tijdig ingediend bij de rechtbank Amsterdam, die het vervolgens naar het hof verwees voor behandeling. Het hof oordeelt echter dat het bevoegdheidsvraagstuk bepalend is: de vergoeding dient te worden vastgesteld door het gerecht dat in feitelijke aanleg de zaak tijdens de beëindiging daarvan behandelde. Omdat de zaak is geseponeerd, is de rechtbank Amsterdam het bevoegde gerecht.
Daarom verklaart het hof zich onbevoegd om het verzoek te behandelen en verwijst het de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam. De beschikking is uitgesproken door de voorzitter van de meervoudige raadkamer en medeondertekend door de oudste raadsheer en de griffier.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart zich onbevoegd en verwijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten naar de rechtbank Amsterdam.