ECLI:NL:GHAMS:2017:861
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens onvoldoende veilige opvoedomgeving na uithuisplaatsing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die het ouderlijk gezag over haar kind beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) benoemde tot voogd.
De feiten betreffen een langdurige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van het kind bij pleegouders, vanwege zorgen over de opvoedsituatie bij de ouders, waaronder persoonlijke problematiek van de moeder en instabiliteit in de thuissituatie. De moeder slaagde er niet in om de noodzakelijke voorwaarden voor terugplaatsing te realiseren.
Het hof oordeelt dat de moeder onvoldoende in staat is om binnen een aanvaardbare termijn voor een veilige en stabiele opvoedomgeving te zorgen. Het kind is inmiddels positief gehecht aan het pleeggezin. Het ontbreken van perspectief op terugplaatsing maakt dat de doelstelling van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet langer wordt gediend.
Daarom wordt het gezag van de moeder beëindigd en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. Het verzoek van de moeder tot aanhouding in afwachting van video-observaties wordt afgewezen omdat dit niet in het belang van het kind is.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over het kind en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.