ECLI:NL:GHAMS:2017:809

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 februari 2017
Publicatiedatum
16 maart 2017
Zaaknummer
13/728183-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 67a SvArt. 67b Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens uitbuiting minderjarige kinderen

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die het bevel tot gevangenneming handhaafde voor feiten betreffende uitbuiting van minderjarige kinderen.

Het hof heeft kennisgenomen van de stukken en de argumenten van de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte. Het hof onderschrijft de eerdere beslissing en ziet geen strijd met de wet of goede procesorde in het gevangennemingsbevel, ook niet omdat verdachte reeds in voorlopige hechtenis was voor andere feiten.

Er zijn ernstige bezwaren tegen verdachte, met name vanwege het ernstige karakter van het feit van uitbuiting van minderjarige kinderen, wat een grote maatschappelijke verontwaardiging veroorzaakt. Het hof acht de geschokte rechtsorde van toepassing en wijst het verzoek tot schorsing af omdat geen bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn gebleken en vanwege vluchtgevaar en onderzoeksbelangen.

De beschikking is gegeven door de raadkamer van het hof op 15 februari 2017, waarbij het beroep en het schorsingsverzoek zijn afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af wegens ernstige bezwaren en geschokte rechtsorde.

Uitspraak

13/728183-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring Nieuwersluis te Nieuwersluis,
tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 10 januari 2017, houdende het bevel tot gevangenneming voor de feiten 4 en 6 en afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 12 januari 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte, mr. M. Pestman, raadsman van de verdachte, die waarneemt voor mr. T.M.D. Buruma.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
Het hof ziet, anders dan de raadsman, in de gang van zaken omtrent het gevraagde en gegeven bevel gevangenneming ten aanzien van de feiten 4 en 6 geen strijd met de wet of een goede procesorde. De mogelijkheid de gevangenneming te vorderen of te bevelen is voor een situatie als deze gegeven. Anders dan de raadsman heeft betoogd, kan in artikel 65, eerste en tweede lid, Sv, niet gelezen worden dat gevangenneming niet kan worden bevolen als de verdachte zich reeds voor andere feiten in voorlopige hechtenis bevindt. Dat het Openbaar Ministerie geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van artikel 67b Sv, laat onverlet dat in een later stadium alsnog de gevangenneming kan worden gevorderd, net zoals het de rechtbank - en ook het hof - in de gevallen die zich daarvoor lenen ambtshalve vrijstaat de gevangenneming van de verdachte te bevelen.
Het hof acht ernstige bezwaren aanwezig voor het onder 4 in de vordering inbewaringstelling vermelde feit. Dit betreft een ernstig feit inzake uitbuiting van minderjarige kinderen. Dit feit vormt een ernstige inbreuk op de menselijke waardigheid en integriteit en zorgt voor een grote en groeiende maatschappelijke verontwaardiging. Mede gelet hierop, is het hof van oordeel dat sprake is van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zou kunnen leiden tot maatschappelijke onrust. Om die reden legt het hof de 12-jaarsgrond (geschokte rechtsorde) mede aan de voorlopige hechtenis ten grondslag.
13/728183-15
De advocaat-generaal heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat, gelet op het internationale karakter en de omvang van het onderzoek, de onderzoeksgrond onverkort aanwezig is.
Alleen al het feit dat er kennelijk van meerdere aliassen gebruik wordt gemaakt, maakt dat sprake is van vluchtgevaar.
Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich niet voordoet.
Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van een zeer ernstig feit en een geschokte rechtsorde. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. Om die reden zal het hof het verzoek van de verdachte afwijzen. Daarnaast verzetten ook het vluchtgevaar en de onderzoeksgrond zich tegen schorsing.

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 15 februari 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. W.M.C. Tilleman en M.R. Cox, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 15 februari 2017,
de advocaat-generaal