ECLI:NL:GHAMS:2017:799
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag tegen politieman wegens buitensporig geweld bij aanhouding
Op 3 december 2014 werd klager aangehouden wegens het negeren van een stopteken en het rijden tegen de rijrichting in. Tijdens de aanhouding gaf de politieman (beklaagde) twee vuistslagen in het gezicht van klager en een knietje in de ribbenkast. Klager deed aangifte van mishandeling, maar de officier van justitie besloot tot sepot omdat beklaagde voldoende inzicht toonde en strafvervolging niet opportuun was.
Het hof heeft het beklag tegen deze beslissing behandeld. Uit verklaringen van betrokkenen blijkt dat klager zich bleef verzetten tijdens de aanhouding en dat het gebruik van geweld deels gerechtvaardigd was. Echter, het hof stelt dat de twee vuistslagen buiten de proporties vielen en dat er minder ingrijpende middelen beschikbaar waren om klager onder controle te krijgen.
Desondanks acht het hof het maatschappelijk belang van strafvervolging gering. Beklaagde erkende dat de tweede vuistslag overbodig was, heeft het incident gemeld en het gedrag besproken in een beroepsvaardighedencursus. Klager wordt niet vervolgd voor de oorspronkelijke overtreding, wat mede als genoegdoening wordt gezien. Het hof wijst het beklag af en bevestigt het besluit van het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het sepot van het Openbaar Ministerie wegens onvoldoende maatschappelijk belang van vervolging.