ECLI:NL:GHAMS:2017:590
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding verblijf politiebureau bij gelijktijdige dag invrijheidstelling en inverzekeringstelling
De verzoeker vroeg het gerechtshof Amsterdam om een vergoeding van €105,00 voor een dag verblijf op het politiebureau, als gevolg van zijn inverzekeringstelling in een strafzaak. De verzoeker was op 4 maart 2014 aangehouden en diezelfde dag in verzekering gesteld. Hij verbleef uiteindelijk 33 minuten in verzekering en werd diezelfde dag vrijgelaten.
De advocaat van de verzoeker stelde dat vanwege het feit dat de verzoeker gedurende de dag zeven uren van zijn vrijheid was beroofd, een vergoeding billijk was. De advocaat verwees naar jurisprudentie waarin ook kortere perioden dan 24 uur in aanmerking kunnen komen voor vergoeding. De advocaat-generaal en het hof wezen dit af op grond van vaste jurisprudentie dat bij inverzekeringstelling van minder dan 24 uur geen vergoeding wordt toegekend, tenzij sprake is van een nachtelijke periode.
Het hof benadrukte dat artikel 89 Sv Pro een vergoeding op basis van billijkheid voorschrijft, maar dat dit niet geldt voor perioden korter dan 24 uur tenzij een nachtelijke periode is doorgebracht. Omdat in deze zaak de dag van invrijheidstelling en inverzekeringstelling samenvielen en geen nachtelijke uren waren doorgebracht, werd het verzoek afgewezen.
Het hof concludeerde dat voor verblijf op het politiebureau voorafgaand aan inverzekeringstelling geen vergoeding kan worden toegekend, ook niet voor nachtelijke uren. De vaste rechtspraak werd bevestigd en het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding verblijf politiebureau afgewezen wegens gelijktijdige dag invrijheidstelling en inverzekeringstelling zonder nachtelijke uren.