Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2006 gehuwd en hun huwelijk is in 2014 ontbonden. De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die hem verplicht tot het betalen van partneralimentatie aan de vrouw. Het geschil betreft de vraag of de lotsverbondenheid tussen partijen is verbroken, de verdiencapaciteit en behoefte van de vrouw, en de draagkracht van de man.
De man stelt dat de vrouw zich grievend heeft gedragen, waardoor de lotsverbondenheid zou zijn verbroken. Het hof oordeelt dat de man onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd om dit aannemelijk te maken. De vrouw lijdt aan een psychische aandoening die haar functioneren beperkt, wat door het hof wordt bevestigd aan de hand van medische stukken. Haar behoefte aan alimentatie is daarmee gerechtvaardigd.
De man voert aan dat zijn draagkracht is verminderd door beëindiging van zijn dienstverband bij de bank en een lager inkomen bij een nieuwe werkgever. Het hof constateert dat de man onvoldoende gegevens heeft overgelegd om zijn draagkracht vast te stellen en geeft hem de gelegenheid om aanvullende stukken te overleggen. De beslissing wordt aangehouden totdat deze informatie is verstrekt.
Uitkomst: De beslissing wordt aangehouden totdat de man aanvullende financiële stukken overlegt en de vrouw daarop kan reageren.