ECLI:NL:GHAMS:2017:5650
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering wegens huurschuld en schadevergoeding na ontbinding huurovereenkomst
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Dela Vastgoed II B.V. haar schadebeperkingsplicht had nageleefd na ontbinding van de huurovereenkomst met [appellant]. Het hof bevestigde dat Dela direct na ontbinding de verhuur van de unit had opgepakt via een grote makelaar en een deel van de unit succesvol had verhuurd vanaf november 2015. De resterende ruimte was nog niet verhuurd, maar er waren vergevorderde onderhandelingen.
Het hof oordeelde dat Dela aan haar schadebeperkingsplicht had voldaan en wees de vordering toe voor de huurschuld tot en met mei 2014 en voor de huurtermijnen na ontbinding tot en met januari 2017. De berekening van de schadevergoeding hield rekening met het verhuurde deel en het nog niet verhuurde deel van de unit, waarbij de huurprijs was aangepast aan de marktomstandigheden.
Het principaal appel van [appellant] werd afgewezen, terwijl het incidenteel appel van Dela slaagde. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd, behoudens de ontruiming die werd bekrachtigd. Daarnaast werd [appellant] veroordeeld tot betaling van boeterente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten in alle instanties.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 1 augustus 2017.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Dela toe en veroordeelt [appellant] tot betaling van huurschuld, schadevergoeding, boeterente, incassokosten en proceskosten.