ECLI:NL:GHAMS:2017:5610

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 mei 2017
Publicatiedatum
13 april 2018
Zaaknummer
23-003636-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 lid 2 SvArt. 588 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste betekening aan verdachte in buitenland

In deze strafzaak was tegen verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 september 2014. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 12 mei 2017 het onderzoek in hoger beroep verricht.

Tijdens de zitting is vastgesteld dat de dagvaarding voor de terechtzitting van 12 mei 2017 niet op de juiste wijze aan de verdachte is betekend. Hoewel de dagvaarding was uitgereikt aan de griffier van de rechtbank Amsterdam en aan een huisgenoot op een historisch adres, ontbrak de betekening aan het meest recente buitenlandse adres van de verdachte, zoals voorgeschreven in artikel 588, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Omdat de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen en de dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend, heeft het hof de dagvaarding in hoger beroep nietig verklaard. Hierdoor kon het hoger beroep niet inhoudelijk worden behandeld.

Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening aan het buitenlandse adres van de verdachte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003636-14
datum uitspraak: 12 mei 2017
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 september 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-729023-13 tegen:
[naam],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 mei 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

Uit de door de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep aan het hof overhandigde akte van uitreiking is gebleken dat de dagvaarding voor de terechtzitting van 12 mei 2017 aan de griffier van de rechtbank Amsterdam is uitgereikt, omdat van de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Tevens is de dagvaarding uitgereikt aan een huisgenoot op de [adres 2] , een historisch adres uit de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP). Niet is echter gebleken dat de dagvaarding (en een vertaling daarvan in de taal [taal] ) ook is toegezonden aan bovenvermeld adres van de verdachte in het buitenland, zoals voorgeschreven in artikel 588, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, welk adres volgens het uittreksel uit de informatiestaat SKDB-persoon van 24 april 2017 sedert april 2016 zijn meest recente BRP-adres is.
Uit het vorenoverwogene volgt dat de dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is uitgereikt. De dagvaarding dient op grond daarvan - nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen - nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. R.C.P. Haentjens, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 mei 2017.
Mr. R.C.P. Haentjens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.