ECLI:NL:GHAMS:2017:5604
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- P.A.M. Hoek
- J.W.H.G. Loyson
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep opzettelijk aanwezig hebben en vervoeren cocaïne en MDMA zonder oplegging straf
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk aanwezig hebben en vervoeren van cocaïne en MDMA. In hoger beroep sprak het hof hem vrij, maar de Hoge Raad vernietigde dat arrest deels en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het bezit van 1,38 gram cocaïne en 5 MDMA-tabletten.
Bij het onderzoek naar de rechtmatigheid van de fouillering concludeerde het hof dat deze onrechtmatig was omdat de verbalisanten onvoldoende grond hadden voor een redelijk vermoeden van schuld. De omstandigheden zoals nervositeit, het zoeken naar papieren, antecedenten en het bezit van meerdere telefoons waren onvoldoende onderbouwd om fouillering te rechtvaardigen.
Hoewel sprake was van een onherstelbaar vormverzuim, vond het hof dat dit geen consequenties behoefde te hebben omdat de verdachte geen nadeel had ondervonden. Het hof achtte bewezen dat verdachte 1,38 gram cocaïne en 4 MDMA-tabletten bij zich had, maar legde geen straf op vanwege de geringe hoeveelheid drugs en de lange duur van de procedure.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 mei 2017.
Uitkomst: Verdachte is bewezen schuldig aan bezit van 1,38 gram cocaïne en 4 MDMA-tabletten, maar er wordt geen straf opgelegd vanwege onrechtmatige fouillering en geringe hoeveelheid drugs.