ECLI:NL:GHAMS:2017:5581
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.P. Geelhoed
- A.P.M. van Rijn
- R.C.P. Haentjens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van medeplichtigheid aan diefstal door braak of verbreking
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam op 10 maart 2017 uitspraak gedaan in een strafzaak betreffende medeplichtigheid aan diefstal. De verdachte werd ervan verdacht op 8 december 2015 in Amsterdam samen met een medeverdachte een fiets te hebben gestolen door middel van braak of verbreking van het kettingslot, waarbij hij op uitkijk zou hebben gestaan.
Tijdens de behandeling van de zaak heeft het hof het dossier en de verklaringen van verbalisanten onderzocht. Deze zagen de verdachte en medeverdachte bij een fietsenrek, waarbij de medeverdachte een fiets meenam en de verdachte zenuwachtig om zich heen keek. De medeverdachte verklaarde echter dat de verdachte niet betrokken was bij de diefstal.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was voor een bewuste samenwerking of opzet van de verdachte om behulpzaam te zijn bij de diefstal. Het enkel om zich heen kijken en zenuwachtig gedrag was onvoldoende om medeplichtigheid vast te stellen.
Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij van zowel de primaire als subsidiaire tenlastelegging. De gevorderde straf van 10 dagen gevangenisstraf, waarvan 7 voorwaardelijk, werd niet opgelegd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan diefstal wegens onvoldoende bewijs.