ECLI:NL:GHAMS:2017:5367
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.L. Bruinsma
- I.M.H. van Asperen de Boer - Delescen
- Y.M.J.I. Baauw - de Bruijn
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing schorsing voorlopige hechtenis
De verdachte had bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis, dat op 22 november 2017 werd afgewezen. Tegen deze beslissing stelde de verdachte hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof heeft de stukken bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord.
Volgens artikel 406, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is hoger beroep tegen beslissingen omtrent voorlopige hechtenis slechts gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak toegestaan. De uitzondering in het tweede lid van dit artikel geldt niet voor de afwijzing van een verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis. Hierdoor is hoger beroep tegen deze beslissing niet mogelijk.
Het hof verklaart daarom de verdachte niet-ontvankelijk in zijn beroep. Deze beslissing is genomen in raadkamer op 20 december 2017 door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam. De advocaat-generaal brengt deze beschikking ter kennis van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis.