ECLI:NL:GHAMS:2017:5291

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 december 2017
Publicatiedatum
20 december 2017
Zaaknummer
200.190.925/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verwijzing na Hoge Raad
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot herstelarrest inzake proceskostenveroordeling afgewezen

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 24 oktober 2017 een arrest uitgesproken waarin het salaris van de advocaat en de proceskosten werden vastgesteld op €22.841. De appellant verzocht op 22 november 2017 om herstel van dit arrest, stellende dat er een kennelijke fout was gemaakt en dat het bedrag moest worden verlaagd naar €2.682.

De geïntimeerde verzette zich tegen dit verzoek. Het hof overwoog dat de vorderingen van de appellant in hoger beroep vielen onder tarief VI van het liquidatietarief, wat een hoger puntbedrag per proceshandeling betekent. Ondanks dat de oorspronkelijke hoofdvordering was afgewezen en ingetrokken, bleef het toepasselijke tarief onverminderd van kracht voor de gehele appelprocedure.

De advocaat van de geïntimeerde had meerdere proceshandelingen verricht, wat het totaal aantal punten op zeven bracht. Vermenigvuldigd met het tarief per punt resulteerde dit in het toegekende bedrag van €22.841. Het hof concludeerde dat het toegekende salaris correct was en wees het verzoek tot herstel af.

Het arrest werd op 19 december 2017 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het verzoek tot herstel van het arrest inzake de proceskostenveroordeling werd afgewezen en het toegekende salaris van €22.841 bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.190.925/01
zaak- en rolnummer rechtbank Middelburg : 224115/11-3204
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 december 2017
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. A.A.M. Knol te Den Haag,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. P.S. Kamminga te Den Haag.

1.Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna aangeduid als [appellant] en [geïntimeerde] .
Het hof heeft in deze zaak op 24 oktober 2017 een arrest uitgesproken. Bij faxbericht van 22 november 2017 heeft mr. Knol voornoemd zich namens partij [appellant] op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat en herstel daarvan verzocht. Bij e-mail van 30 november 2017 heeft mr. Kamminga voornoemd zich namens partij [geïntimeerde] verzet tegen toewijzing van dit verzoek.

2.Beoordeling

2.1.
In voornoemd arrest van 24 oktober 2017 is aan salaris advocaat, met inbegrip van de kosten van de procedure bij het hof Den Haag, een bedrag toegekend van
€ 22.841,=. [appellant] verzoekt dit bedrag te wijzigen en vast te stellen op € 2.682,=. Nu het hof de eiswijziging na verwijzing heeft gehonoreerd, was de (resterende) vordering van onbepaalde waarde en diende tarief II van het liquidatietarief te worden toegepast (€ 894,= per punt). Nu in tarief II het maximum aantal punten drie bedraagt, dient een bedrag van € 2.682,= te worden toegekend, aldus [appellant] . [geïntimeerde] voert gemotiveerd verweer tegen het verzoek tot herstel van het arrest en concludeert tot afwijzing hiervan.
2.2.
[appellant] heeft in hoger beroep in zijn appeldagvaarding en memorie van grieven zijn in eerste aanleg ingestelde vordering tot veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van een bedrag van € 231.246,10, vermeerderd met rente, gehandhaafd. Dit brengt met zich dat zijn vorderingen in hoger beroep vallen in tarief VI van het liquidatietarief (€ 3.263,= per punt). Het gegeven dat het hof Den Haag voormelde vordering bij arrest van 18 februari 2014 heeft afgewezen, [appellant] hiertegen geen cassatie heeft ingesteld en deze vordering vervolgens heeft ingetrokken bij zijn eisvermindering in zijn memorie na verwijzing, laat de toepasselijkheid van tarief VI op de (gehele) appelprocedure onverlet. De advocaat van [geïntimeerde] heeft (in de hoofdzaak) de volgende proceshandelingen verricht: aanwezigheid comparitie hof ’s-Hertogenbosch (1 punt), nemen memorie van antwoord (1 punt), aanwezigheid pleidooi hof Den Haag (2 punten), nemen memorie na verwijzing (1 punt) en aanwezigheid pleidooi hof Amsterdam (2 punten). Het totale aantal punten van zeven vermenigvuldigd met € 3.263,=, levert een salaris advocaat op van € 22.841,=. Deze berekening brengt met zich dat het door het hof in het arrest van 24 oktober 2017 toegekende salaris van € 22.841,= klopt, zodat het verzoek van [appellant] zal worden afgewezen.

3.Beslissing

Het hof:
wijst het verzoek tot verbetering af.
Dit arrest is gewezen door mrs. L.A.J. Dun, C. Uriot en L.R. van Harinxma thoe Slooten en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 december 2017.