Capri Sun heeft het exclusieve recht op de vorm van haar sta-zakje als vormmerk ingeroepen tegen Riha, die soortgelijke verpakkingen op de markt bracht. De rechtbank verklaarde het vormmerk nietig op grond van de techniekuitzondering in het Beneluxverdrag inzake intellectuele eigendom (BVIE), omdat de vorm technisch-functioneel is bepaald.
In hoger beroep bevestigt het hof deze nietigheid. Het hof oordeelt dat de vorm van het zakje, met zijn rechthoekige liggende vorm en stabiele rechtopstaande positie, noodzakelijk is voor de praktische functie van de verpakking, zoals het voorkomen van morsen en het passend maken in lunchboxen. Het toekennen van merkenrechtelijke bescherming zou concurrenten onterecht belemmeren.
Daarnaast stelt het hof vast dat Riha zich niet schuldig maakt aan onrechtmatige slaafse nabootsing, omdat de vorm technisch bepaald is en Riha voldoende afstand houdt in de opdruk en kleurstelling. Het bewijs van Capri Sun overtuigt niet van het tegendeel. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Capri Sun in de proceskosten.