ECLI:NL:GHAMS:2017:5275
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onverschuldigde betaling en vernietiging renteswapovereenkomst wegens dwaling
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de renteswapovereenkomst tussen [appellant] en ING Bank rechtsgeldig tot stand was gekomen of dat deze wegens dwaling vernietigd moest worden. Het hof bouwde voort op eerdere tussenarresten en beoordeelde de omvang van de onverschuldigde betaling die ING aan [appellant] verschuldigd is.
Het hof stelde vast dat een rentevastlening het meest passend was voor de afdekking van het renterisico, met een hoofdsom van €6,3 miljoen en een rentevasttarief van 5,95%. Daarbij werd rekening gehouden met de hypothetische situatie zonder swapovereenkomst, waarbij [appellant] minder rente zou hebben betaald dan met de swap. Het verschil, een bedrag van €919.927, werd als onverschuldigde betaling aangemerkt.
Verder oordeelde het hof dat de renteswapovereenkomst op grond van dwaling buitengerechtelijk vernietigd is. ING werd veroordeeld om het bedrag van €919.927, plus €88.123 en €766 aan schadevergoeding en €7.846,85 aan deskundigenkosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 december 2012, aan [appellant] te betalen. Tevens werd ING veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Bewijsaanbiedingen die tot een andere uitkomst konden leiden werden gepasseerd en een incidentele vordering tot overlegging van bescheiden werd afgewezen.
Uitkomst: De renteswapovereenkomst is wegens dwaling vernietigd en ING is veroordeeld tot betaling van €919.927 plus bijkomende kosten en wettelijke rente aan de kredietnemer.