Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
de verdachte:
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam inzake vernieling en huisvredebreuk. Het hof bevestigde het vonnis van 27 maart 2017, maar paste de bewijsvoering aan door een verklaring van de verdachte te verduidelijken en bepaalde woorden te schrappen voor leesbaarheid.
De verdachte werd beschuldigd van het gooien van een fles tegen een etalageruit, wat schade veroorzaakte. De verklaring van de verdachte werd aangevuld met het feit dat hij met zijn hand op het raam had getikt en via gebarentaal met een persoon sprak. De raadsman van de verdachte verzocht om toepassing van artikel 9a Sr of een geheel voorwaardelijke taakstraf, verwijzend naar de verbeterde persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof oordeelde echter dat de persoonlijke omstandigheden niet zodanig waren veranderd dat artikel 9a Sr van toepassing was en dat gezien de ernst van het feit en het strafblad van de verdachte een voorwaardelijke straf niet passend was. Wel werd een lagere straf dan de gevorderde taakstraf opgelegd, rekening houdend met de persoonlijke situatie.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 12 december 2017, waarbij twee rechters niet konden medeondertekenen.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van vernieling en huisvredebreuk met een aangepaste bewijsvoering en legt een onvoorwaardelijke straf op, lager dan de eis.