ECLI:NL:GHAMS:2017:5029

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 december 2017
Publicatiedatum
5 december 2017
Zaaknummer
23/001578-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 75 SvArt. 65 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot gevangenneming wegens medeplegen voorbereiding moord en verboden wapenbezit

De verdachte is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van voorbereiding van moord en medeplegen van verboden wapenbezit. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Het hof heeft kennisgenomen van de stukken betreffende de voorlopige hechtenis en heeft de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte gehoord. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de gevangenneming van de verdachte wordt bevolen, primair direct en subsidiair na vrijlating uit voorlopige hechtenis in een andere zaak.

De raadsman betoogde niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en dat gevangenneming niet kan worden bevolen zolang de verdachte reeds in voorlopige hechtenis is. Het hof oordeelt dat de raadkamer bevoegd is tot gevangenneming en dat voorlopige hechtenis in een andere zaak geen beletsel vormt.

Gezien het veroordelend vonnis en de ernst van de feiten acht het hof voldoende ernstige bezwaren aanwezig. Gelet op de aard van het medeplegen van voorbereiding van moord en verboden wapenbezit, en de 12-jaarsgrond, beveelt het hof de gevangenneming voor 90 dagen om de rechtsorde te beschermen.

Uitkomst: Het hof beveelt de gevangenneming van de verdachte voor de duur van 90 dagen wegens ernstige bezwaren en de aard van de feiten.

Uitspraak

23/001578-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres],
thans uit andere hoofd gedetineerd in het Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan,
op de vordering van de advocaat-generaal van 1 december 2017, strekkende tot gevangenneming van de verdachte.

De rechtsgang

De verdachte is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2017 veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van voorarrest, tegen welk vonnis hoger beroep is ingesteld bij dit gerechtshof.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte, mr. H.O. den Otter.

De beoordeling

Primair heeft de advocaat-generaal de gevangenneming van de verdachte gevorderd zoals weergegeven in de vordering gevangenneming. Subsidiair heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de gevangenneming wordt bevolen en deze ingaat op het moment dat de verdachte in de andere zaak in vrijheid wordt gesteld.
De raadsman heeft in raadkamer betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering nu deze ter openbare terechtzitting behandeld zou moeten worden en niet in raadkamer. Voorts heeft de raadsman betoogd dat de verdachte reeds uit andere hoofde voorlopig gehecht is en er dan geen ruimte is voor toewijzing van een vordering gevangenneming in een andere zaak.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het bepaalde in artikel 75, vierde lid, Sv volgt dat de raadkamer van het hof bevoegd is de gevangenneming te bevelen nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep nog niet is aangevangen.
Ten aanzien van hetgeen nog meer door de raadsman naar voren is gebracht, overweegt het hof dat in artikel 65, eerste en tweede lid, Sv, niet gelezen kan worden dat gevangenneming niet kan worden bevolen als de verdachte zich reeds voor andere feiten in voorlopige hechtenis bevindt.
Derhalve kan de advocaat-generaal worden ontvangen in zijn vordering.
Gelet op het veroordelend vonnis van 26 april 2017 is het hof van oordeel dat sprake is van voldoende ernstige bezwaren, nu niet op voorhand is gebleken dat dit vonnis klaarblijkelijk op
23/001578-17
een juridische of feitelijke misslag berust.
Daarnaast overweegt het hof – gelet op de aard en ernst van het feit – dat er sprake is van de 12-jaarsgrond en de rechtsorde ernstig geschokt zou zijn indien de verdachte na een veroordeling voor feiten als hier aan de orde, te weten het medeplegen van voorbereiding van moord in vereniging en medeplegen verboden wapenbezit, tot een langdurige gevangenisstraf nu reeds in vrijheid zou worden gesteld.

De beslissing

Het hof:
BEVEELT de gevangenneming van de verdachte voor de duur van 90 dagen.
Deze beschikking is gegeven op 1 december 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. N.A. Schimmel, voorzitter,
mrs. J.L. Bruinsma en V. Mul, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 1 december 2017,
de advocaat-generaal