Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
behalveten aanzien van de beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland betreffende de tenuitvoerlegging van twee voorwaardelijke gevangenisstraffen. De verdachte was veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd bij vonnissen van 8 april 2016 en 10 juni 2015.
De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf van drie weken, opgelegd op 8 april 2016, werd gedeeltelijk gelast voor twee weken vanwege een nieuw strafbaar feit dat de verdachte vóór het einde van de proeftijd beging. Het hof vond geen reden om de straf om te zetten in een taakstraf, maar matigde de duur vanwege persoonlijke omstandigheden.
Voor de voorwaardelijke gevangenisstraf van 28 dagen, opgelegd op 10 juni 2015, wees het hof de tenuitvoerleggingsvordering af omdat niet was vastgesteld dat de verdachte op de hoogte was van deze veroordeling en de aanvang van de proeftijd, zoals vereist volgens artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof vernietigde het vonnis van het hof voor wat betreft de tenuitvoerleggingsbeslissingen en deed in dat onderdeel opnieuw recht, terwijl het overige vonnis werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof gelast gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en wijst een andere tenuitvoerleggingsvordering af.