ECLI:NL:GHAMS:2017:4891
Gerechtshof Amsterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekenbaarheid boetebedragen en schadevergoedingsuitspraak in hoger beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam waarin een verzoek tot schadevergoeding werd toegewezen en verrekend met openstaande boetebedragen. Het hof heeft de stukken bestudeerd en partijen gehoord.
De kern van het geschil betreft de verrekenbaarheid van openstaande geldboetes en maatregelen opgelegd bij strafbeschikking of rechterlijke uitspraak, en of deze bedragen onherroepelijk zijn. Het hof overweegt dat het overzicht van het CJIB doorgaans alleen executeerbare besluiten bevat, maar dat dit niet automatisch betekent dat alle bedragen onherroepelijk zijn. De wettelijke regeling omtrent tenuitvoerlegging en verzettermijnen wordt uitvoerig besproken.
Het hof stelt uitgangspunten vast voor de beoordeling van verrekenbaarheid, waarbij onder meer wordt aangegeven dat boetes en maatregelen pas verrekend mogen worden indien zij onherroepelijk zijn geworden, met uitzondering van enkele uitvoeringsregels. Op basis van deze uitgangspunten acht het hof de vergoeding van €105 billijk en vernietigt de eerdere beschikking. De verrekening met een openstaande boete van €142 wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van €105 toe en verrekent dit met een openstaande boete van €142.