ECLI:NL:GHAMS:2017:4623

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 november 2017
Publicatiedatum
13 november 2017
Zaaknummer
23-003784-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van schade na verkeersongeval

In hoger beroep is de verdachte verdacht van het verlaten van de plaats van een verkeersongeval waarbij schade en/of letsel aan een ander zou zijn toegebracht. De aangeefster verklaarde aanvankelijk schade te hebben geleden, maar tijdens haar verhoor gaf zij aan dat slechts de buitenspiegel van haar auto een stukje was omgeklapt zonder echte schade.

Het hof heeft vastgesteld dat niet met de vereiste mate van zekerheid is komen vast te staan dat de verdachte schade heeft veroorzaakt. Evenmin is er sprake van letsel. Hierdoor kon het hof het tenlastegelegde niet bewezen verklaren.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging. De verdachte werd daarmee ontslagen van alle rechtsvervolging wegens het ontbreken van bewijs voor de schadeclaim.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet is vastgesteld dat hij schade of letsel heeft veroorzaakt.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003784-16
datum uitspraak: 23 juni 2017
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-179863-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
adres: [adres 1],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zwaag te Zwaag.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juni 2017.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Amsterdam op/aan de [adres 2], op of omstreeks 3 februari 2015, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer]) letsel en/of schade was toegebracht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Nu de aangeefster, anders dan in de aangifte, bij haar verhoor ten overstaan van de raadsheer-commissaris van 4 april 2017 heeft verklaard dat de door de verdachte bestuurde auto haar auto raakte waarbij de (buiten)spiegel van de door haar bestuurde auto alleen een stukje was omgeklapt, maar dat er geen echte schade was, is naar het oordeel van het hof niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vast komen te staan dat er door het handelen van de verdachte schade aan een ander is toegebracht. Omdat het handelen van de verdachte evenmin tot enig letsel heeft geleid, dient de verdachte van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.H.C. van Ginhoven, mr. M. Iedema en mr. S. Bek, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 juni 2017.
[...]