ECLI:NL:GHAMS:2017:4468
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.L. Bruinsma
- I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
- H.F. van Kregten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige hechtenis wegens betrokkenheid bij internationale drugshandel
Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland betreffende zijn voorlopige hechtenis behandeld. De verdachte wordt verdacht van betrokkenheid bij georganiseerde internationale handel in verdovende middelen. Het hof heeft alle stukken bestudeerd, waaronder taps, observaties, doorzoekingen en aangetroffen goederen, en concludeert dat er ernstige bezwaren tegen verdachte zijn.
De verdachte heeft ervoor gekozen om zich te onthouden van een verklaring omtrent de hem belastende omstandigheden, wat het hof meeweegt in zijn oordeel. Ondanks dat verdachte niet langer in beperkingen verblijft, blijft de grond voor voorlopige hechtenis gehandhaafd vanwege het risico dat hij bij vrijlating opnieuw betrokken raakt bij drugshandel, wat een gevaar vormt voor de gezondheid en veiligheid van anderen.
Het verzoek van verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat het belang van invrijheidstelling niet opweegt tegen de maatschappelijke veiligheid. Er is geen sprake van medische ongeschiktheid voor detentie of ontoereikende medische zorg in het huis van bewaring. De voorlopige hechtenis blijft daarom in stand.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af; de voorlopige hechtenis blijft gehandhaafd.