ECLI:NL:GHAMS:2017:4446
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en omgangsregeling minderjarige na relatiebreuk
Partijen, die van 2013 tot 2015 een relatie hadden, zijn ouders van een minderjarige geboren in 2015. Na hun relatiebreuk verbleef het kind bij de vrouw. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en de vrouw alleen met het gezag belast, terwijl het verzoek van de man tot een zorgregeling werd afgewezen.
In hoger beroep betoogt de man dat het gezamenlijk gezag gehandhaafd moet blijven en dat een zorgregeling moet worden vastgesteld, mede omdat hij een traject tot zelfinzicht succesvol heeft afgerond. De vrouw stelt dat er sprake was van huiselijk geweld en dat omgang met de man niet in het belang van het kind is.
De GI en de raad maken zich zorgen over de veiligheid en het moeizame contact tussen partijen. Het hof concludeert dat het gezamenlijk gezag gehandhaafd moet blijven omdat het risico bestaat dat het kind anders de vader verliest. De zorgregeling wordt pro forma aangehouden om samen met de GI een plan voor omgang op te stellen. De zaak wordt aangehouden tot februari 2018 voor voortgangsrapportage.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking die het gezamenlijk gezag beëindigde en houdt de zorgregeling pro forma aan om omgang met de vader te bevorderen.