Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
- of de uitkering die belanghebbende ontving van de DWI juist was;
- of de DWI en/of het UWV de tussen hen en belanghebbende gesloten vaststellingsovereenkomst zijn nagekomen;
- of de inspecteur belasting moet heffen van de Gemeente Amsterdam en deze aansprakelijk moet stellen;
- of een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep onjuist is en moet worden herzien;
- of de DWI een juist bedrag aan het UWV heeft gedeclareerd;
- of belanghebbende nog uitkeringen of bedragen onder een andere titel te vorderen heeft van de DWI en/of het UWV;
- of het handelen van de DWI en/of het UWV ertoe heeft geleid dat belanghebbende en /of zijn echtgenote in enig jaar meer belasting heeft betaald dan het geval zou zijn geweest indien van meet af aan de juiste uitkeringen zouden zijn gedaan;
- of belanghebbendes echtgenote recht heeft op teruggave van algemene heffingskorting over de jaren 2001 tot en met 2008.
6.Beslissing
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank;
- wijst belanghebbendes verzoek om schadevergoeding af voor zover hij heeft gevraagd om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn;
- verklaart belanghebbende in zijn verzoek tot schadevergoeding voor het overige niet-ontvankelijk.