ECLI:NL:GHAMS:2017:4122
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring klacht tegen gerechtsdeurwaarders over betekening arrest en nakosten
Klaagster diende een klacht in tegen gerechtsdeurwaarders wegens vermeende onterechte betekening van een arrest en het in rekening brengen van nakosten. De klacht was gebaseerd op een betalingsregeling die zij telefonisch met de wederpartij had getroffen en het betwisten van de nakosten die niet in het arrest waren toegewezen.
Het hof nam de feiten over uit de eerdere beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, waarbij onder meer bleek dat klaagster meerdere betalingen had gedaan, maar de gerechtsdeurwaarders niet op de hoogte waren van een betalingsregeling. De gerechtsdeurwaarders betekenden het arrest met een betalingsbevel inclusief nakosten en explootkosten.
De klacht werd inhoudelijk beoordeeld. Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarders tuchtrechtelijk niet verwijtbaar waren omdat zij niet wisten van de betalingsregeling en dat het toegestaan was nakosten in rekening te brengen bij aanvang van de executie, tenzij de hoogte van de nakosten werd betwist vóór betekening. Klaagster had geen tijdig bezwaar gemaakt tegen de nakosten. Het verzoek tot wraking van de voorzitter werd afgewezen.
Het hof bevestigde de eerdere beslissing en verklaarde de klacht ongegrond, waarmee de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders werd goedgekeurd.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarders is ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.