ECLI:NL:GHAMS:2017:3857
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding onrechtmatige inverzekeringstelling wegens proceshouding
Appellant werd op 27 februari 2014 in verzekering gesteld en op 1 maart 2014 vrijgelaten. Hij verzocht om een vergoeding van €210 wegens de ondergane inverzekeringstelling. De rechtbank wees dit verzoek af, omdat appellant zich op zijn zwijgrecht had beroepen en daarmee het onderzoek zou hebben belemmerd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij naar de politie was gegaan na ontdekking van hennepkwekerij in zijn loods, maar uit angst geen namen van huurders wilde noemen. De advocaat-generaal adviseerde afwijzing omdat appellant de namen niet had genoemd.
Het hof oordeelde dat het enkel beroepen op zwijgrecht geen reden is om de vergoeding te matigen. Ook was er geen aanwijzing dat de vrijheidsbeneming langer duurde door zijn proceshouding. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de eerdere beschikking vernietigd en de vergoeding van €210 toegekend.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van €210 toe wegens onrechtmatige inverzekeringstelling.