Galkon Galvanizli Konstruksiyon San ve Tic AS, een Turkse vennootschap, vordert in hoger beroep verlof tot het leggen van conservatoir beslag op tegoeden en goederen die toebehoren aan de Syrische staat en haar entiteiten, waaronder Commercial Bank of Syria en Himalaya Energy Syria B.V. Galkon baseert haar vordering op een overeenkomst met Syrië voor de aanleg van een elektriciteitsnetwerk die door Syrië werd ontbonden, wat volgens Galkon schade veroorzaakte.
De voorzieningenrechter had het verzoek tot beslagverlof afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat de tegoeden en goederen bestemd waren voor andere dan niet-commerciële overheidsdoeleinden. Galkon stelde dat de entiteiten commerciële activiteiten ontplooien en dat de gelden een commerciële bestemming hebben, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
Het hof bevestigt dat eigendommen van vreemde staten in principe immuniteit van executie genieten, tenzij vaststaat dat deze voor andere dan publieke doeleinden worden gebruikt. Het hof oordeelt dat Galkon onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de tegoeden en goederen van Syrië en haar entiteiten uitsluitend of hoofdzakelijk commercieel worden gebruikt. Ook de stelling dat de entiteiten een eigen rechtspersoonlijkheid hebben, leidt niet tot een andere beoordeling.
Daarom worden de grieven van Galkon verworpen en wordt de bestreden beschikking bekrachtigd, waarmee het verzoek tot verlof tot conservatoir beslag wordt afgewezen.