Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak stond de verdachte terecht wegens het niet melden van bezit van onroerend goed in het buitenland gedurende bijna zes jaar terwijl hij een bijstandsuitkering ontving. Dit was relevant voor het recht op en de hoogte van de uitkering. De rechtbank Noord-Holland veroordeelde de verdachte tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk.
De verdachte ging in hoger beroep tegen het vonnis. Het hof heeft het vonnis in alle punten bevestigd, behalve de strafoplegging. Het hof vernietigde dit onderdeel en legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het feit, de lange duur van de gedragingen en het benadelingsbedrag van ruim €102.000.
Het hof benadrukte dat de verdachte het sociale zekerheidsstelsel heeft gefrustreerd en het vertrouwen daarin heeft ondermijnd. Ook is meegewogen dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor andere strafbare feiten. De straf is passend geacht binnen de richtlijnen van het Landelijk Overleg van voorzitters van strafsectoren.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en op 31 mei 2017 uitgesproken. De strafoplegging is gewijzigd, de rest van het vonnis blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens het niet opgeven van onroerend goed bij het ontvangen van een bijstandsuitkering.