ECLI:NL:GHAMS:2017:3480
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing omgangsregeling wegens zwaarwegende belangen minderjarige zoon
Partijen zijn in 1998 gehuwd en in 2015 gescheiden. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren, waarvan de zoon (13 jaar) bij de moeder verblijft. De vader verzocht om een omgangsregeling met de zoon, die door de rechtbank was afgewezen. Het hof bevestigt deze beslissing.
De vader stelde dat de omstandigheden waren veranderd en dat omgang onder begeleiding mogelijk moest zijn. De moeder en de Raad voor de Kinderbescherming stelden dat de zoon getraumatiseerd is, angstig is voor de vader en geen contact wil. Eerdere pogingen tot contactherstel zijn mislukt, mede door het gedrag van de vader en het gebrek aan medewerking.
Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat omgang slechts kan worden ontzegd bij ernstig nadeel. Gezien de angst en het trauma van de zoon, de mislukte hulpverlening en het ontbreken van draagvlak, acht het hof omgang op dit moment in strijd met de zwaarwegende belangen van het kind. Het verzoek tot omgang wordt daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot omgangsregeling vanwege de angst en het belang van de minderjarige zoon.