ECLI:NL:GHAMS:2017:3423

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 augustus 2017
Publicatiedatum
25 augustus 2017
Zaaknummer
13/751808-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 23 lid 4 kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevelArtikel 35 lid 3 Overleveringswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen schorsing overleveringsdetentie wegens ontbreken humanitaire gronden

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon werd afgewezen.

De opgeëiste persoon, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en verblijvend in een huis van bewaring, had via zijn raadsman een beroep gedaan op humanitaire gronden zoals bedoeld in artikel 23 lid 4 van Pro het kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 en artikel 35 lid 3 van Pro de Overleveringswet.

Na kennisname van de stukken en het horen van de advocaat-generaal en de raadsman, heeft het hof zich aangesloten bij de gronden van de rechtbank en geoordeeld dat er geen sprake is van humanitaire gronden die een schorsing van de overleveringsdetentie rechtvaardigen.

Daarom is het beroep afgewezen en is de beschikking van de rechtbank in stand gebleven.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van overleveringsdetentie wordt afgewezen.

Uitspraak

13/751808-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[appellant] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring [detentieplaats] ,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2017, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2017, waarbij namens de opgeëiste persoon hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. T. Nieuwburg.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
De raadsman heeft in raadkamer een beroep gedaan op humanitaire gronden zoals vermeld in artikel 23 lid 4 van Pro het kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen lidstaten dan wel artikel 35 lid 3 van Pro de Overleveringswet. Het hof is van oordeel dat, voor zover deze artikelen al van toepassing zijn, van dergelijke humanitaire gronden niet is gebleken. Het beroep zal daarom worden afgewezen.

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
Deze beschikking is gegeven op 16 augustus 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,
mrs. S. Clement en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de opgeëiste persoon.
Amsterdam, 16 augustus 2017,
de advocaat-generaal