ECLI:NL:GHAMS:2017:3418
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep tegen voorlopige hechtenis
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afwees. Het hof heeft de stukken bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord. Volgens artikel 87, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering kan een verdachte slechts eenmaal in hoger beroep komen tegen een afwijzing van een verzoek tot schorsing of opheffing van voorlopige hechtenis.
Hoewel artikel 406, tweede lid Sv in bepaalde gevallen een tweede beroepsmogelijkheid biedt nadat het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, is het niet de bedoeling dat hiermee nieuwe beroepsmogelijkheden worden gecreëerd. Het hof heeft eerder op 17 mei 2017 reeds beslist over een hoger beroep van de verdachte inzake gevangenhouding en schorsing van voorlopige hechtenis.
Daarom is het hof van oordeel dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het huidige hoger beroep. De beschikking is gegeven in raadkamer op 16 augustus 2017 door de genoemde raadsheren en voorzitter. De advocaat-generaal brengt deze beschikking ter kennis van de verdachte.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis.