ECLI:NL:GHAMS:2017:3126
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leaseovereenkomst wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenoot
In deze civiele zaak stond de geldigheid van een leaseovereenkomst uit 1999 centraal, gesloten door wijlen echtgenoot van appellante met Dexia. Appellante had de nietigheid van deze overeenkomst ingeroepen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming, zoals vereist op grond van art. 1:88 en Pro 1:89 BW.
De kantonrechter had de vordering afgewezen wegens verjaring, gebaseerd op een bewijsvermoeden dat appellante eerder dan drie jaar voor haar vernietigingsbrief op de hoogte was van de overeenkomst, mede door betalingen vanaf een en/of-rekening. Het hof oordeelde echter dat dit bewijsvermoeden was ontzenuwd door de geloofwaardige verklaring van appellante dat zij geen toegang had tot de rekening en niet op de hoogte was van de overeenkomst.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en verklaarde de leaseovereenkomst rechtsgeldig vernietigd. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde bedragen minus ontvangen bedragen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf juni 2006. Tevens werd Dexia veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt de leaseovereenkomst en veroordeelt Dexia tot terugbetaling met rente en proceskosten.