ECLI:NL:GHAMS:2017:3115
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor rijden met ongeldig verklaard rijbewijs wegens gebrek aan kennis
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd beschuldigd van het besturen van een personenauto met een ongeldig verklaard rijbewijs. Volgens het openbaar ministerie had verdachte op 6 mei 2016 in Amsterdam een voertuig bestuurd terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.
Het hof stelde vast dat het besluit tot ongeldigverklaring op 15 februari 2013 per aangetekende brief naar het adres van verdachte was gestuurd, maar dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte deze brief had ontvangen. Jurisprudentie leert dat het enkel verzenden van een aangetekende brief zonder ontvangstbewijs niet voldoende is om kennis van de ongeldigverklaring aan te nemen.
Verder was verdachte op 4 februari 2015 door de politie geïnformeerd dat zijn rijbewijs ongeldig was, maar hij ontkende dit en kreeg zijn rijbewijs terug zonder duidelijke uitleg. Ook een contact met het CBR gaf geen duidelijkheid. De zaak werd op 10 augustus 2015 geseponeerd en verdachte beschikte op 6 mei 2016 nog over zijn rijbewijs.
Gelet op deze omstandigheden kon het hof niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten van de ongeldigverklaring. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is bewezen dat hij wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.